Een paasweekend bij de Norbertijnen van Abdij Postel (B.)
Het leven licht maken
Bureau de Wandelmaat in Oosterwolde (Fr.) organiseert nu ruim tien jaar kloosterwandelingen. De formule daarvan is bijzonder in zijn eenvoud. Men is gast in één of twee kloosters en overdag wordt er in de omgeving gewandeld. Een gids of gidsenpaar begeleidt de gehele reis. Deze zomer zullen een aantal gidsen van de Wandelmaat van hun ervaringen verslag doen in het Centraal Weekblad. Deze vijfde aflevering gaat over het paasweekend in Abdij Postel op de Nederlands-Belgische grens.
Met pasen waren we te gast bij de Norbertijnen van de Abdij Postel. Er waren buiten de gidsen 14 deelnemers, twaalf vrouwen en twee mannen. De abdij is in de noordelijke uithoek van de Belgische gemeente Mol gelegen, pal aan de Nederlandse grens ten zuiden van Tilburg. Hij is omringd door een fraaie, bosrijke omgeving. Ca 1130 werd de abdij door Norbetijnen-monniken gesticht op een kruispunt van belangrijke wegen. Hij diende als pleisterplaats voor reizigers, gaf hen een beschermde omgeving en bood de gelegenheid om op verhaal te laten komen. Pas in 1613 kreeg het klooster de status van abdij. Het centrum van de abdij is de 12e eeuwse abdijkerk, die bijzonder gaaf de tand des tijds heeft doorstaan en haar sfeer heeft behouden. Deze kerk is opgetrokken uit Rijnlandse tufsteen in laat-romaanse stijl. De andere gebouwen van de abdij zijn uit verschillende tijden en hebben allemaal een vermeldenswaardige geschiedenis te vertellen. Het gastenverbijf, het 'Contactcentrum' geheten, is zeer ruim en het is er prettig vertoeven.
Eenmaal aangekomen in de abdij begonnen wij als gebruikelijk met een korte kennismaking. Ook vroegen we naar de beweegredenen van de deelnemers om aan dit weekend mee te doen. En zoals vaak bij kloosterwandelingen hadden de deelnemers zeer diverse en vaak zeer persoonlijke verhalen te vertellen. Opvallend was dat velen een specifieke reden hadden om juist met deze Paaswandeling mee te gaan. Enkelen hadden een verlies van een dierbare te verwerken en wilden niet alleen thuis zijn. Anderen wilden niet hun kinderen tot last zijn. En natuurlijk waren er ook deelnemers die gewoon voor een eerste - of hernieuwde - ervaring met het kloosterleven waren gekomen, en voor het wandelen. Wandelen blijkt voor veel mensen een uitstekende activiteit te zijn om tot rust te komen. En ook om ervaringen met anderen te delen of om problemen te bespreken.
Onze gastheer was dit weekend pater Nicolaas. Die speelde heel attent in op de persoonlijke beweegredenen van de mensen om juist nu in het klooster te willen zijn. Hij deed dat onder meer door de wijze waarop hij de paasboodschap aan ons uitlegde: "Het gaat om het lijden dat de mens Christus heeft moeten ondergaan, zonder welk geen opstanding zou hebben kunnen plaatsvinden en geen nieuw leven zou hebben kunnen aanvangen". "Hoewel het lijden van Christus op een heel wat heftiger niveau plaatsvond dan wijzelf ervaren", zo zei pater Nicolaas, "dreigen ook wij regelmatig onder te gaan in ons lijden". "Het lijden en de opstanding van Christus vertelt ons dat wij er doorheen moeten om verder te kunnen gaan met ons leven. Ieder jaar doet Pasen ons hieraan herinneren opdat wij dit niet zullen vergeten". "De reden dat velen ten onder gaan en in ellende verkeren, ondanks onze welvaart en onze moderne mogelijkheden, is dat ons deze boodschap niet meer in herinnering wordt gebracht en wij hem daardoor vergeten".
Velen van ons hebben deze paasboodschap al vaak gehoord. Maar hoevaak werd hij nogal verheven gebracht, zonder relatie met ons eigen leven? In de paasdiensten in Postel kreeg de boodschap ineens een werkbare betekenis. Dit leidde er onder meer toe dat de gesprekken tussen de deelnemers ineens een heel praktisch karakter kregen, bijvoorbeeld aan de hand van de vraag: 'hoe ga ikzelf nu verder met mijn leven?'
Alle paasdiensten vonden 's avonds plaats. Daardoor hadden we overdag alle tijd om te wandelen. De omgeving van de abdij is mooi en afwisselend. Elke dag maakten we een of twee lange wandelingen. De wegen in de bossen van Postel zijn mooi en bestaan voornamelijk uit brede zandwegen met een fietspad er langs. Er zat trouwens vaak niets anders op dan ons te houden aan voorgeschreven routes. Dat heeft te maken met het vele privé grondbezit. Ondanks de paasdrukte in en om het klooster zagen we eigenlijk niemand meer zodra we meer dan 500 meter van het klooster waren verwijderd. De wandeling naar het kanaal was het mooiste: we passeerden hoogveengebieden waar we helaas niet in konden vanwege de drassigheid. Men is wel plannen aan het maken om het gebied te ontsluiten met bruggetjes en looppaden. Een actief beleid zoals wij dat in Nederland kennen van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten staat in België nog in de kinderschoenen.
De oude abdijkerk heeft prachtige klassieke gebrandschilderde ramen. Bij het 'ter kerke gaan' 's avonds in de duisternis straalden deze je uitnodigend met een schitterende pracht tegemoet. Het heeft iets feërieks. Iedereen was dan ook steeds aanwezig, niet alleen bij de paasdiensten maar ook bij de andere getijden. Na afloop wisselden wij onze ervaringen uit en vertelden we elkaar verhalen. Zo vertelde één deelnemer het volgende prachtige verhaal; wij vonden het zo mooi dat we het voortaan meenemen en doorgeven op onze wandelingen met De Wandelmaat:
"Een boer voelde het einde van zijn krachten naderen. Hij had drie zonen en hij kon niet anders dan aan één zoon de boerderij nalaten. Op het land stond een grote schuur. Hij vroeg eerst aan de oudste zoon om deze tot de nok te vullen. De zoon besloot om de schuur met aardappelen te vullen. Maar toen de wanden dreigden te bezwijken moest hij daarmee stoppen. De middelste zoon probeerde de schuur met hooi te vullen, maar ook hij moest het voor tijdig laten afweten. De jongste zoon zette een tafeltje in het midden van de schuur en plaatste daarop een kaars. Deze stak hij aan. De oude boer vroeg hem verbaast wat hij nu aan het doen was. "Welnu", zei de zoon, "door alleen de kaars te ontsteken vul ik de gehele ruimte met licht".
Door dit verhaal kreeg het begrip 'het licht der mensen' voor veel aanwezigen ineens een nieuwe, heldere betekenis. Wanneer zoiets in een groep deelnemers aan een kloosterwandeling kan gebeuren, is goed merkbaar dat de combinatie van wandelen en kloosterbezoek veel meer is dan een optelsom van die twee alleen. Hoe kort de reis ook is - zoals nu: een weekend - de insteek en beleving sluiten meestal al snel aan bij de betekenis van het woord 'pelgrimeren': onderweg zijn, zowle letterlijk inde natuur, als figuurlijk in het leven. Voor ons als gidsen was dit paasweekend het zoveelste geslaagde Wandelmaat-weekend geweest.
Ruud Schimmel, Loes Roelofs
Gidsen bij De Wandelmaat
Vorige pagina: Een kleine pelgrimage in het Groninger land
Volgende pagina: Een kloosterwandeling naar twee Waalse Benedictinessen-kloosters